Alternative Music Blogging

:: oorworm ::

Posts tonen met het label *Album Reviews. Alle posts tonen
Posts tonen met het label *Album Reviews. Alle posts tonen

Japandroids: Post-Nothing

09 mei 2009 by Nonkel Jos

De lo-fi punk / noise pop / basement trash of hoe je het beest ook noemen wil, lijkt nu ook buiten de grenzen van de VS inspirerend te werken. En dan bedoelen we niet Japan zoals de naam Japandroids doet vermoeden, maar Vancouver, Canada.

Op hun debuutplaat ‘Post Nothing’ pakken Japandroids uit met heftige trashy lo-fi die het midden houdt tussen rammelende noise rock en uptempo DIY punk. Acht nummers lang overstuurde fuzzy gitaren met heftig rollend drumwerk resulteert in verdomd straffe noise rock. Met beperkte melodieën en middelen (de bekende formule 1 drumstel, 1 gitaar en 2 vocalen) smeedt het duo verrassend sterke structuren waardoor ‘Post Nothing’ een langere houdbaarheidsdatum dan de doorsnee trash punkplaat kent.

Grote uitschieters zijn de intense opener ‘The Boys Are Leaving Town’, ‘Young Hearts Spark Fire’, het stomende ‘Heart Sweats’ en afsluiter ‘I Quit Girls’, waar enkel een gitaarmuur dient als decor voor een nasaal klagende zanglijn, een doorslagje van een gemiddelde J Mascis song. Enig minpunt is het bij momenten wel erg rommelige geluid waardoor enkele nummers aan kracht lijken in te boeten. Maar dat is nu eenmaal eigen aan dit soort gecultiveerde lo-fi producties.

Conclusie: Nauwelijks geproducede maar wel zeer intense no nonsense plaat doordrenkt van distortion die absoluut bij het betere gitaargeweld van 2009 gerekend mag worden Nice!

The Boys Are Leaving Town








Young Hearts Spark Fire






Filed under , having 72 reacties

It Hugs Back: Inside Your Guitar

27 april 2009 by Nonkel Jos

Bevreemdend plaatje, dit debuut van het Britse ‘It Hugs Back’. Fijn gebricoleerde popliedjes, hier en daar verstoord door subtiele, onderhuidse noiselaagjes, sluipen 11 nummers lang geruisloos de hersenpan binnen. Een plaat die erg zacht klinkt maar langs de andere kant te moeilijk om als achtergrondmuziek in de keuken op te zetten. En toch slaagt It Hugs Back erin om me voor het overgrote deel van de plaat vast te houden. Zo zit het helemaal snor met ”Work Day”, “Forgotten Song” en “Backdown”.

Op hun best is de referentie met een tot inkeer gekomen Sonic Youth, een afgezwakte Stephen Malkmus of een lijf aan lijf gevecht tussen Tom Barman en Evan Dando niet veraf, maar op evenveel momenten is het opletten om de dunne lijn tussen ingenieus wiegende underground pop en vlakke verveling niet langs de foute kant te passeren. En die oefening heeft It Hugs Back – in tegenstelling tot bovenvermelde referenties – nog niet onder de knie. Daarvoor heeft de plaat te weinig spankracht en ontbreekt het lef om wat heftiger buiten de lijntjes te kleuren.

Niet helemaal geslaagd dus en ook verre van wereldschokkend, maar een plaat die tien luisterbeurten nodig heeft om een eerste indruk te vormen en me toch telkens opnieuw kon overhalen om op play te drukken, verdient op zijn minst krediet. Een groeier met potentieel.

Work Day








Forgotten Song








Unaware






Filed under , having 0 reacties

The Hickey Underworld :: The Hickey Underworld

27 maart 2009 by Nonkel Jos

Net op het moment dat het eindeloze wachten irritante vormen begon aan te nemen, parkeert de langverwachte debuut CD van The Hickey Underworld zich in de winkelrekken. En om maar meteen alle verwachtingen in een juist perspectief te plaatsen: voor de Afrekening adepten die ‘Future Words’ wekelijks de hoogste regionen instemden zal dit album als een baksteen op hun tere maag liggen.

Zo is openingstrack ‘Zero Hour’ meteen een serieus pak voor de broek en daarmee is de toon gezet. De gehele landelijke Chiro vereniging in no time de gracht in gereden. Wat volgt is een hoogmis van brute gitaren onder hoogspanning. ‘Sick of Boys’ en het onverwoestbare ‘Mystery Bruise’ kenden we al en daar borduurt The Hicky Underworld lustig op verder met ‘Zorayda’ en het aanstekelijke ‘Blonde Fire’. Stuk voor stuk knoerten van rocksongs die elkaar naadloos opvolgen zonder ook maar een spatje energie in te boeten.

Het is pas vanaf ‘Of asteroids and men... Plus added wizardry’ dat de wind uit de zeilen gehaald wordt en we twee mindere songs op ons bord krijgen. Maar geen tijd voor tranentrekkende taferelen want met het daaropvolgende ‘Flamencorpse’ pakt het viertal uit met misschien wel de strafste song van de plaat. De beuk erin om met een heerlijke hook af te ronden.

Verschroeiend debuut van een band die met de nodige beheersing hun Rock Rally trofee weet te verzilveren.

The Hickey Underworld: Flamencorpse






Chad VanGaalen : Soft Airplanes

28 november 2008 by Nonkel Jos

Deze week geen kletterende drums, opgeblazen versterkers of verrokken stembanden maar een intrigerende plaat die rust brengt. ‘Soft Airplane’ is een luchtig in elkaar geknutseld pareltje van de multigetalenteerde Canadees (check zijn animatieclips op YouTube!!) Chad VanGaalen. Veelal akoestisch met hier en daar een bliep, subtiel elektronisch gefrunnik, geprogrammeerde drums, een kapotte piano en een hemelse stem. Een album waarvan marsmannetjes moeten denken dat wij een knuffelend ras zijn zonder stress.

Nochtans is het na de warme opener ‘Willow Tree’ een paar nummers lang wachten voor de plaat echt indruk maakt. Het is maar met ‘Bare Feet On Wet Griptape’ dat we terug bij de les zijn. Daarna pakt Chad uit met springerige lo-fi indiepop die me doet verdwalen in zijn vreemde wereld. Vijf nummers op rij laat Chad VanGaalen me niet meer los. Zo loopt er een geweldig baslijntje voorbij in ‘Poisonous Heads’, doet ‘TMNT Mask’ voorzichtig de dansschoentjes aantrekken, is ‘Molton Beats’ onvervalst en puur ingetogen sentiment waarna nog het verslavende ‘City Of Electric Light’ volgt dat voor de rest van de week in je hoofd parkeert.

Chad VanGaalen diept het genre singer-sonwriter uit op een manier waar veel kleffe zielen (lees: de Milows van deze wereld) alleen maar van kunnen dromen en creëert met zijn eigenzinnige instrumentarium een wondermooie wereld vol lo-fi indiepop die 2008 prachtig inkleurt.

Raveonettes: Beauty Dies EP

13 november 2008 by Nonkel Jos

‘Beauty Dies’ is de tweede in een reeks van vier EP’s en (voorlopig?) enkel digitaal via betaalbare download in de huiskamer te halen. De vier tracks dragen de onbetwistbare übercoole Raveonettes stempel. Het zwaar eighties geïnjecteerde ‘Young And Beautiful’ en het kale door de computer voortgestuwde maar aanstekelijke ‘Black/White’ zijn twee doorslagjes van het ‘Lust Lust Lust’ album met een tikkeltje meer pop allures.

De twee volgende nummers wijken meer af van de doorsnee Raveonettes song. In ‘The Thief’ wordt zwaar geëxperimenteerd met een soort broken jazz beat en psychedelisch gitaarwerk terwijl afsluiter en persoonlijke favoriet ‘Here Comes The End’ zowaar steunt op een klassieke drumbreak. Ook hier geen kettingzagen of op hol geslagen stofzuigers maar veeleer een toegankelijk geluid met minder scherpe kantjes. Iets wat trouwens ook al opviel op de titeltrack van hun vorige EP ‘Sometimes They Drop By’ , al blijft er altijd en overal een soort obscure David Lynch vs Quintin Tarantino vibe om de hoek schuilen.

'Beauty Dies' is een aardige zoethouder voor de fans en een voorzichtige stap naar een nieuwe (toegankelijkere?) richting. Benieuwd naar de derde EP van de reeks die rond kerst verwacht wordt.

Raveonettes: Here Comes The End






Filed under , having 0 reacties

Drums Are For Parades :: Artificial Sacrificial Darkness in The Temple of the Damned

24 oktober 2008 by Nonkel Jos

Altijd fijn als er straffe bands zelf contact met je zoeken. En al zeker als het gaat om het verschroeiende Drums Are For Parades. Buiten de lichtjes fantastische bandnaam ook al een stevige reputatie bij elkaar gerockt, gaande van een pak weerzinwekkende podiumprestaties, de loftrompet van grootheden als Stephan De Waele (Soulwax) en een vermelding als één van de meest belovende gitaargroepen uit Gent in Focus Knack! (het mag eens wat anders zijn dan RifRaf).

Met de eerste EP die Drums Are For Parades op de mensheid loslaat, ‘Artificial Sacrificial Darkness in The Temple of The Damned’ doen deze heren alvast een gooi naar de ereplaatsen voor ‘Loudest Band in the World’, u weze gewaarschuwd. Zes nummers boren zich weinig subtiel door onze trommelvliezen. Hondsbrutale mid-tempo songs met vettigheidsgraad 100. Snoeihard massief metaal dat plukt uit zowat het beste wat er het afgelopen decennia in metal land losgelaten werd. We horen flarden Pantera (de riff in ‘Faking’!!), het speelse van AC/DC (jawel!), de oerkracht van Kyuss (‘Thumbsucker’) en bovenaal zeer sterke composities. Verwacht geen vingervlugge Slayer partijen maar loodzware power riffs, geaccentueerd door verdomd sterk slagwerk en rochelende (vervormde) overlevingskreten die als zang dienst doen.

En toch zal dit gezelschap ook de niet dagdagelijke headbanger aanspreken. Op de een of andere bizarre manier slagen de heren erin een -zij het zeer vuil- rock randje aan de metaallaag te breien met als pronkstuk ‘Goatfire Queens’. Extra punten worden gescoord met de humor die aan de dag gelegd wordt en het meesterlijk artwork! Bezoek hun Myspace en je weet wat ik bedoel.

Drums Are For Parades heeft een neus voor goede metal en slaagt er bovenwel in om al die invloeden tot een wel bijzonder explosieve mix te verwerken met een eigen identiteit. Straffe kost van straffe mannen voor straffe oren.

Het debuut ‘Artificial Sacrificial Darkness in The Temple of The Damned’ is enkel verkrijgbaar op gelimiteerde 10inch exemplaren, te koop bij Fatkat en TuneUp in Antwerpen, via de post als bestelling bij Drums Are For Parades of digitaal op de betere Internet Stores.

Nebrovski: EP

23 juni 2008 by Nonkel Jos

Voor wie zicht afvraagt of stonerrock nog een toekomst heeft, legge deze EP op en hore wat gaan komt. Jonge Limburgse rockers die in het zog van de halve finaleplaats op Humo's Rock Rally vier nummers vereeuwigen. Het ijzer smeden wanneer het heet is, noemen we dat. En zolang er daardoor kwaliteit als dit aan de oppervlakte komt, mag dit aloude trukje best meer toegepast worden.

Opener ‘Without A Name’ buiten beschouwing gelaten, levert Nebrovski drie songs af in ware Queens Of The Stone Age stijl. Meest opvallend bij Nebrovski is de erg overtuigende zang van frontman Koen Meeus die uitstekend uit de verf komt over de hoekige riffs. We krijgen stuk voor stuk lekkere songs op ons bord, allen opgebouwd rond een fijne strofe-refrein-strofe structuur. Toch overtuigt Nebrovski niet helemaal. Daarvoor zijn de bruggen tussen refrein en strofe te slap. Zo wordt jammer genoeg de vaart uit het voor de rest wel zeer aanstekelijke ‘Wilfried’ gehaald. Afsluiter ‘Boy Is Bored’ is een puzzel die dan weer wel helemaal klopt. Lekker tempo, leuke riff, goed nummer.

Fijne EP van deze jonge rockers die hiermee alvast bewijzen over een pak potentieel te bezitten. Laat deze gasten rustig aan hun songs schaven en hun ideeën in een godvergeten kelder te Zonhoven uitbroeden en dit komt helemaal goed. Kwestie van de creativeiteit in de juiste vorm te gieten. Band om in de gaten te houden!

De EP kan besteld worden via hun MySpace of op een van hun concerten langsheen de Vlaamse podia.

Filed under , having 1 reacties

No Age: Nouns

10 juni 2008 by Nonkel Jos

Er zijn zo van die groepjes waarvan je je afvraagt waarom je nooit eerder van hun bestaan afwist. Exact het gevoel dat me overmant bij deze ‘Nouns’ van No Age. Twee Californiërs die komen aandraven met gitaargeweld van het betere soort, het soort noise-rock zonder regels, het soort herrie waarmee je ouders tot waanzin drijft. Een pot heerlijke herrie dus, die keet schopt in een lekker luie rommelige productie. Denk Sebadoh, Sonic Youth (Daydream Nation) en Fugazi.

Zo valt opener ‘Miner’ meteen met de deur in huis en deed me bijna de stereo ondersteboven keren. Zang die maar half doorkomt, een gitaarmuur waar J Mascis jaloers op mag zijn en wild meppende drums die helemaal achterover gedrukt worden. Het lijkt wel alsof je een repetitiehok binnenstapt. Wat volgt bevestigt alleen maar de grillige eigenheid van No Age. Single “Eraser” en “Teen Creeps” zijn voorbeelden van straffe noise rock in een aardig song jasje.

Enkel jammer van de experimentele drang die op sommige intermezzo’s de kop op steekt. Experiment dat geen kant op gaat en mij absoluut niet overtuigd van enige meerwaarde voor het album. Noch als songs an sich, noch als bouwsteen in één of ander conceptverhaal. Zeer spijtig voor de plaat, want de nummers waar er wel recht voor de raap gerockt worden staan als een huis. Songs als ‘Ripped Knees’, 'Brain Burner’, ‘Here Should Be My Home’ en persoonlijke favoriet ‘Sleeper Hold’ zijn behoorlijk verslavend. Stuk voor stuk korte rockers zonder schroom met duidelijke wortels in hardcore en punk.

Straf spul dus, dat weliswaar niet de 9.2 score van Pitchfork rechtvaardigd (negen punt twee jawel!), maar wel van het beste is dat in 2008 mijn oren mocht teisteren. En nu snel die eerst plaat, ‘Weirdo Rippers’ bemachtigen. Een bandje dat indruk maakt.

Filed under , having 3 reacties

Headphone: Ghostwriter

03 juni 2008 by Nonkel Jos

Kan headphone de immens hoge verwachtingen inlossen? Het was de vraag die rondspookte tijdens het inpluggen van dit album. Met 'Ghostwriter' scoorden ze een hit over generaties heen, vergezeld van een videoclip die geniaal was in zijn eenvoud. Een videoclip die ook het symbool creëerde voor Headphone. Het eindeloos wandelend figuurtje met dito headphone werd het uithangbord van de groep en zorgvuldig uitgespeeld als marketing tool. Ondertussen viel het StuBru publiek en masse voor dit Gentse gezelschap. Als dEUS God was ten tijde van 'Worst Case Scenario', dan is Headphone vandaag op zijn minst Hot.

Bij een eerste luisterbeurt dreigt het album nochtans de stempel middelmatig mee te krijgen. Enkele repeats later ontdekken we pareltjes als 'Girlie', 'Lidocaine' en 'The Pugilist'. Fijne softpop die drijft op een dansbare ondertoon. Tel daarbij de hitsingles 'Ghostwriter' en 'She Is Electric' en je hebt al een album dat in het rek van het betere werk past.

Headphone kampt echter met twee problemen. Eén: De mayonaise tussen gitaar en computer pakt niet altijd even goed. Headphone maakt langs de ene kant heerlijk stuiterende dancepop, langs de andere kant toffe ingetogen indiepop. De symbiose tussen die twee komt er jammer genoeg niet helemaal uit op plaat. Alsof Headphone heel het album lang verstijfd in een spreidstand staat, met aan het ene uiterste de rock, aan het andere uiterste de dance. Het tweede probleem is de onvermijdbare link met Radiohead.

Toch is dit een geslaagd debuut dat lekker weg luistert en zelfs helemaal de aandacht trekt als er gedanst mag worden. Een beloftevol debuut dus dat de (te) hoge verwachtingen niet helemaal inlost. Remedie voor de opvolger: Een goeie trap in het kruis om die spagaat weg te krijgen en het komt vast helemaal goed.

Filed under , having 0 reacties

The Black Angels: Directions To See A Ghost

27 mei 2008 by Nonkel Jos


Zomaar uit het niets in de rekken gevonden: een nieuw album van The Black Angels! Zwaar psychedelische rockers à la The Doors en The Velvet Underground die in 2006 op het toneel verschenen met het verschroeiende 'Passover'. Niets nieuws onder de zon op deze tweede langspeler 'Directions To See A Ghost'. Veel psychedelica, ronkende gitaren, wapperende haren en beklijvende trips naar het ijlere bestaan. Denk aan 'Leaving Las Vegas' op plaat ipv op het scherm. Misschien een tikketlje minder straf dan hun debuutplaat en songgewijs flirtend met het 'net niet' ticket, maar al bij al blijven de Angels wel overeind.

Hier de single 'Doves' die eerder al op 7inch uitgebracht werd in een geweldige live uitvoering ergens te Parijs.

The Roots: Rising Down

14 mei 2008 by Nonkel Jos

Altijd fijn om weten dat ?uestlove het drumstel uit de kast haalt, en al helemaal fijn wanneer hij The Roots weer verenigt. Want laten we wel wezen, The Roots is zowat de enige hiphop act in universe waar een mens als ik zijn slaap voor laten wil.

Zeer uiteenlopende reacties gelezen tot dusver, van slecht, ontgoochelend en wisselvallig tot sterk, superhiphop en lyrically het beste van The Roots ooit. Laten we zeggen dat Nonkel Jos aanleunt bij de positivo’s. Dit is The Roots anno 2008, grimmiger, donkerder en politieker dan ooit tevoren. Enerzijds ver verwijderd van de zo geroemde ‘Things Fall Apart’ sound, anderzijds met dezelfde feel en groove waarmee ze het al 15jaar lang doen. De synths piepen steeds meer om de hoek, terwijl de rhodes stilaan naar de achtergrond verdwijnt. Voor de één een jammere zaak, voor de ander een teken van gedurfde progressie. Mij hoor je in ieder geval niet klagen.

Het menu bestaat uit de strakke rechttoe rechtaan openers ‘Rising Down’ en ‘Get Busy’, een knallend spervuur van Black Thought op ’75 Bars’ en ‘@15’ (Black Thought rappend op 15jarige leeftijd), het radiogevoelige ‘Criminal’ en persoonlijke favoriet ‘Lost Desire’, een track die de nieuwe Roots hemels vertegenwoordigd. ?uestlove met de groove, geweldige raps van guests aan huis Malik B en Talib Kweli en die nieuwe donkere synth sound. Een prachtige symbiose die we net iets te weinig op ons bord krijgen doorheen het album.

Genoeg lekkers dus op deze nieuwe plaat, al kunnen we onmogelijk voorbijgaan aan het feit dat sommige collabs niet altijd een schot in de roos zijn, terwijl Black Thought zelf wel een feilloos parcours aflegt. Een beetje een vreemde keuze dus om die lading sympathieke nauwelijks bekende lui in huis te halen.

Hier en daar ook wat slappe tracks maar we sluiten goed af met het o zo vrolijke ‘Birthday Girl’. Opletten want deze track staat niet op alles releases omdat het niet past in de storyline van de plaat. Een zeer terechte opmerking trouwens, ware het niet dat dit een steengoede track is die zo toch op CD vereeuwigd wordt.

Lang leve ?uestlove dus, die hier nogmaals bewijst over een geweldig ritme te beschikken, lang leve Black Thought ook die hier (alweer) met enkele zeer straffe lyrics uitpakt, lang leve de productie die de brug slaat tussen het nu en dan. Lang leve The Roots.

Filed under , having 0 reacties

The Black Keys: Attack & Release

04 april 2008 by Nonkel Jos

Eerder al op deze blog te lezen dat Nonkel Jos tamelijk wild was van de nieuwe Black Keys single. Tijd voor het album dus. Net uit maar al aardig wat promotie rond gevoerd en, jippie jeej overal ter wereld op dezelfde dag uitgebracht.

Op het menu staat een modderbad van bluesy roots-rock zoals we dat van The Black Keys kennen. Enig verschil met vorige platen: producer Danger Mouse achter de knoppen. Conclusie: nog meer modder.

The Keys laten een zeer goeie indruk op deze ‘Attack & Release’, dat nauwelijks zwakke momenten kent, niet in het minst door de uitstekende productie. Het album opent aarzelend, maar boort zich schoorvoetend een weg tussen uw oren waar het Panama Kanaal niet van terug heeft. Single ‘Strange Times’ is recht door zee en meteen het meest rockende nummer van de plaat. Iets verderop komen we misschien het beste nummer tegen: ‘Lies’. Een heerlijk tergende klaagsong die roept om een slok wiskey.

Drie straffe songs op rij vullen plaatsen acht, negen en tien. Drie nummers waar DangerMouse duidelijk een hand in heeft. Catchy and upfront maar toch vettig en bluesy.

Een dikke pluim dus voor The Black Keys die er in slagen hun sound te verleggen zonder hun roots te verloochenen. Een plaat die de oude fans niet tegen de borst zal stoten en voldoende 2008 klinkt om nieuwe fans over de streep te halen. Waar een producer al niet goed voor is.

Agents In Panama: A New Language For Clearer Pictures

23 maart 2008 by Nonkel Jos

Spitst die oren, spitst die oren! België heeft er een nieuw indie-rock label bij en vierde de eerste release eind december al in het gruizige zaaltje van JH Tsentroem in Mechelen.

We zijn ondertussen drie maanden verder maar dit album maakt zo een indruk dat dit niet onbeschreven kan voorbijgaan. Straffe filmische postrock bewerkt een half uur lang het oorgestel. We krijgen heerlijk gelaagde gitaarpartijen voorgeschoteld waarbij kabbelende lo-fi afgewisseld wordt met zware noise uithalen. Zang komt er niet aan te pas wat ons onvermijdelijk doet vergelijken met bands als Mogwai, Mono en Explosions In The Sky. Maar vreest niet, de Agents hebben genoeg potentieel om zich binnen enkele jaren hiertussen te manoevreren.

Gitaareffecten worden aan en uit gepaald, er wordt druk geflirt op de gitaarhals en de tegenstelling hard-zacht wordt subliem uitgespeeld. Makkelijk is de plaat niet, spannend des te meer. Van psychedelische soundscapes naar inktzwarte indie / shoegaze rock, van ingetogen gepingel tot Sonic Youth escapades, de Agents doen het allemaal.

De productie mocht wat ruwer en het kunstige (the art for the art) komt soms gevaarlijk dicht om de hoek turen en ja, soms hangen de nummers nog wat los aan elkaar, maar knal ‘Nube Ardiente’, ‘Piezes Clave’ en het zeer knap gelaagde ‘Yokosuka Ohka’ door je stereo en tril. Tel hierbij het knappe sobere artwork, de eigenzinnigheid en durf van dit platenlabel en je weet dat je hier goud in handen hebt. Underground rock zoals we die graag uit België horen komen. Gasten met toekomst.

Labl Records werkt vooralsnog zonder distributie. De CD of Vinyl bestellen kan via de website of in JJ Record te Leuven. Niet twijfelen, doen! Myspace.

Tim Vanhamel: Welcome To The Blue House

25 februari 2008 by Nonkel Jos

Naam: Tim Van Hamel.
Referenties: dEUS, Evil Superstars, Millionaire, Eagles Of Death Metal.
Eigenschappen: sex, drugs & rock&roll.
Concept: solo album om verdriet van stukgelopen relatie te verwerken.
Resultaat: knappe maar niet voor de hand liggende, ingetogen plaat vol broeierige pop met weerhaken.

En daarmee is eigenlijk alles gezegd over dit ei dat Tim kwijt moest. Verwacht je echter niet aan dromerige zoete popsongs. Daarvoor is Tim simpelweg te veel rock&roll. Geen flauwe Milow of Fikskes brouwsels dus, maar songs die je langzaam inpakken, songs die meerdere luisterbeurten nodig hebben om tot de ziel ervan door te dringen. Dit maakt het album niet gemakkelijk. Hier en daar voel ik wel opvolgers aan voor de heerlijke single ‘Until I Find You’. Zo is er ‘Living The Way You Should’ en het zeer straffe 'Take Me Home'. Voor de rest voeren melancholie, duisternis en berusting de boventoon zoals in het slepende 'Tell Me', of het iets harder rockende 'Which Of Us'.

Kers op de taart is het geweldige ‘Sometimes I Wanna Run’, een ietwat opgefokte song gebouwd rond een subtiele piano riedel. Alsof Tim Vanhamel ergens alleen op een kale heuvel in de gietende regen schreeuwt om samen betere oorden op te zoeken.

Zijn al die overtreffende trappen die we overal lezen dit album nu waard? Wel, het is in ieder geval een zeer straffe plaat, punt aan de lijn. Het getuigt van grote klasse als je onconventionele structuren kan rijmen met popliedjes. Bewonderenswaardig hoe Tim Vanhamel er in slaagt je mee te nemen op zijn pad van radeloosheid.

Een wereldplaat daarentegen vind ik het vooralsnog niet. Daarvoor is de plaat soms net iets te –sorry voor het woord– saai. Vooral de hoge ietwat monotone stem zorgt er soms voor dat je al eens snel op ‘next’ drukt. Of misschien heeft de plaat nog wat extra luisterbeurten nodig om ook deze kritiek te laten varen?

Benieuwd hoe dit zaterdag gaat klinken in de Botanique, maar dat deze plaat niet zonder slag of stoot aan ons voorbij gaat is een feit. En laat dat nu net een voorwaarde zijn van een goede plaat.

Radiohead :: Rainydayz (Remixes by Amplive)

20 februari 2008 by Nonkel Jos

Even ontsnappen aan het gitaargeweld kan dezer dagen met het zeer geslaagde remix project van Amplive. Deze Californische hiphop beat maestro nam 7 nummers van Radiohead's laatste CD "In Rainbows" onder handen. Klassiek cut & paste werk dus, maar dan wel in stijl. Denk aan de hoogdagen van Mo'Wax en Ninja Tune en zelfs de trukkendoos van Aphex Twin en Squarepusher wordt hier en daar bovengehaald.

Met een brede grijns dompelt Amplive Radiohead onder in een geweldig bad van electronische down-tempo beats. Thom Yorke lijkt voortdurend naar lucht te happen, flarden gitaren en strijkers trippelen voorbij, terwijl Amplive er meesterlijke drums onder programmeert. De juiste kicks, de juiste snares, de juiste hi-hats,... het plaatje klopt voor 100%.

De gastbrijdagen van Del The Funky Homosapien en Too $hort verraden Amplive's hiphop achtergrond, maar laat je hier vooral niet vangen aan het hokje 'hiphop'. Amplive bewijst dat hij meer kan dan achter de mixtafel blunts knallen en met de duurste rims Compton onveilig maken. Neen, de man doseert netjes de juiste klanken, kleurt te pas buiten de lijntjes en slaagt er in een wondermooi homogeen goedje te fabriceren. Een geslaagde brug tussen pop en hiphop.

Bijna nog vergeten te zeggen dat heel de handel gratis en officieel te downloaden is via zijn myspace of via de rechtstreekse link hier.

En al is het te vroeg om de vergelijking te maken; het is wel de eerste beat maker die mij na de magistrale J Dilla nog eens kan verwarmen.